Jacob Benedictus Havelaars
Jacob lijkt sprekend op zijn tweelingbroer Bent. Al is er voor hen die verder kijken dan alleen uiterlijk een verschil te vinden. Jacob heeft iets dierlijks in zijn blik, een rauwe gevaarlijke ondertoon die niet te miskennen is. Zijn lichaam siert ook meer littekens dan dat van Bent, maar geen daarvan komen onder zijn kleding uit. Jacob is echter prima in staat om zijn gedrag en uiterlijk aan te passen aan zijn omgeving.
Jacob geeft de voorkeur aan vrij wijde en verhullende kleding. Meestal is hij te vinden in een lange stevige stoffen jas die hem al jaren trouw dient. Zijn onderkleding is van goede kwaliteit en slijtvast, maar verder onversierd. Over zijn hele lichaam zijn leren riempjes met schedes bevestigd die een breed scala aan werpdolken, normale dolken en kortzwaarden bevatten. Tevens draagt Jacob een zwarte hoge hoed, wat zijn verschijning nog enige gratie geeft.
Jacob kent niet anders, dan dat hij heeft moeten vechten. Vechten voor alles, voedsel, water, een onderkomen, vrouwen, status, echt alles. Niets buiten de aandelen die hij later gekregen heeft zijn hem aangereikt. Zelfs de leermeesters die voor hem ingehuurd werden door de Oudere van de Havelaarfamilie probeerde hem nog regelmatig te verraden. Hij heeft geleerd dat hij sterk moet zijn, opdat mensen heb niet meer verraden.
De oudere van Havelaars is een manipulatief oud zwijn, laat daar geen twijfel over bestaan! Ik bedoel, kijk maar eens naar hoe ik opgegroeid ben, en hoe het mijn broer vergaan is. Blijkbaar was dat dus allemaal een soort ziek experiment van die tot op het bot verdorven man. Je kan echter zeggen wat je wilt, het heeft me gemaakt tot wie ik ben. Gegroet waarde lezer (als je ooit zal bestaan) mijn naam is Jacob Benedictus Havelaars. Het manuscript wat je nu leest zijn mijn, ach, memoires? Ietwat vreemd voor iemand van mijn leeftijd, geen tegenspraak daar, maar ik zie het meer als een soort opsomming, een lijst van gebeurtenissen waar ik veel van geleerd heb, lessen die ik niet mag vergeten. Lees goed en leer.
Voor de bijdehante lezer (of enige vorm van wetsdienaar) vanzelfsprekend is dit verhaal compleet niet te bewijzen, en opgesteld in een ander handschrift dan het mijne. Zo gemakkelijk komen jullie er niet vanaf. Mijn achternaam is Havelaars weet je nog. Overigens hoop ik dat je handschoenen draagt.
Het begon allemaal op dezelfde dag als het verhaal van mijn jongere broer, Bent, in een gelijke omgeving. De gelijkenis valt ieder die ons beide kent gelijk op. Moeilijk te miskennen ook, gezien ik zijn tweelingbroer ben. Ik kwam ter wereld, en dat eerste halve uur was het enige moment in mijn jeugd waarin ik bij mijn broer was. Ik weet niet wat de oudere gedacht heeft toen hij ons zag, twee versies van dezelfde persoon, of het er eigenlijk wel toe doet weet ik ook niet. In ieder geval, hij nam mij mee uit het kraambed, loog tegen mijn ouders dat slechts Bent het overleefd had en liet mij verdwijnen van de aardbodem.
Zijn experiment was zowel duivels als geniaal. Welke aanpak leidde tot het meest productieve lid van de familie? Nee, geen directe concurrentie deze keer, maar een geheel nieuwe aanpak. Een tweeling, in ieder opzicht uniek, gescheiden van elkaar door hun opvoeding. Mijn opvoeding was die van de straat, knokken om ieder stukje brood, waar het verraad de eenvoudige vorm van een mes in het donker aannam. Dat zal ook wel de reden zijn dat ik lange tijd niet geweten heb dat ik een Havelaar was. Tot in perfectie georchestreerd. En dan Bent, weggehouden van het rauwe leven van de onderste lagen van de samenleving, maar wel thuis in de magie de wet en het hof.
De oudere geloofde (gelooft nog steeds niet) in een zachte aanpak. Hij liet de hardste mannen die hij kende voor mij zorgen. Criminelen stuk voor stuk, geen uitzonderingen. Ik leerde bedelen, zakkenrollen en toen ik ouder werd ook ingewikkelde manieren om buiten de wet geld te verdienen. Zonder enige hulp van die oude bok wist ik mezelf omhoog te werken binnen een van de kleinere bendes van port Ossic, door de genadeloosheid en het geweld toe te passen dat hij en zijn ingehuurde leraren mij geleerd hadden (de kosten voor de leraren heb ik nooit gezien, als ik de oudere zo ken, word de rekening ooit nog wel eens gepresenteerd). Al snel had ik ieder slecht element uit de bende gemept en ze georganiseerd. Ze werden een groep mensen om rekening mee te houden.
Toen onze faam verspreide, nam ook de tegenstand toe. Menig man die mij tegengestaan heeft is aan een gewelddadig einde gekomen, maar er zijn er ook genoeg geweest die "vredig" gestorven zijn. Ongeluk zit in een klein hoekje nietwaar? Natuurlijk trok zoiets ook de aandacht van de wacht. Niets slechts over deze mannen hoor, maar ze zijn alleen ietwat voorspelbaar. Vind een onschuldig (ach, moet ik dat er nog bij vermelden beste lezer?) man in een hutje waar zojuist een aantal bendeleden zijn vermoord met bebloede handen en het moordwapen in zijn handen en ze zijn tevreden met nog een opgeloste moordzaak.
En toen kwam het, de grote klus. Een betrouwbare tip had mijn clubje vrijewetsdenkers naar een interessant doelwit geleid. Een kist met aandelen van de havelaars. Hun gewicht velen malen in goud waard, overal verkoopbaar en, als we de tip moesten geloven (en dat deden we) niet onmogelijk om te stelen. De diefstal ging goed, de wachters waren afgeleid door de praters en acteurs van mijn club, een oude rioolbuis ontsloten en ik binnen de beveiliging van het havelaarskantoor. Niets had mij voor kunnen bereiden op wat ik daar vond. Ik herriner het me nog goed wat het eerste was wat hij zij.
"Goedenavond Jacob, je erfenis wacht op je". Ik meende betrapt te zijn, maar de oude man zat daar in zijn stoel en maakte geen aanstalten om mij aan te geven of aan te vallen. Een val, was mijn volgende gedachten, en als een gekluisterd dier probeerde ik te vluchten. Natuurlijk had de oudere daar aan gedacht. Evenals een tegengif voor alle giffen die ik bij mij droeg, en een geladen kruisboog onder zijn bureau. Wat immers overblijft na vluchten is vechten, en laten we wel wezen, dat kon ik prima. Vermoedelijk stonden er ook nog wachters achter de gordijnen, maar daar was ik niet zeker van. Het volgende was botweg absurd. De aandelen lagen daar open en bloot op tafel, met een naam die deels de mijne was. Jacob Benedictus Havelaar. Een fortuin, met daarnaast een goed gevulde buidel met allerhande juwelen. De oudere vertelde mij veel. De waarheid? natuurlijk niet, maar wel een deel.
Ik griste de juwelen en de aandelen weg, loog over het hele voorval tegen mijn bende en gaf ze de juwelen. De aandelen met mijn nieuwe naam hield ik verborgen evenals mijn haat voor de man die mij dit aangedaan had. Wat was er nog meer voor mij verborgen gehouden dan mijn geboorterecht en naam? Ik haatte hem, ik haatte iedereen die het had kunnen weten omdat hun honger naar goud door de oudere gestild werd. Ik zeg nu haatte, maar voor een deel blijft het haat in de tegenwoordige tijd. Oud zeer geneest langzaam.
Ik was niet zo dom om in mijn haat de geschonken juwelen ongebruikt te laten. De gelden die het opbracht zorgden voor een gigantische hoeveelheid nieuwe mogelijkheden voor mijn bende. Schaalvergroting en allianties met andere bendes lagen in het vooruitshot. Tegen de tijd dat ik de leeftijd van eenentwintig zomers had bereikt was ik als spin in het web van criminelen en uitschot. Ik trad hard op tegen bondgenoot en vijand, meedogenloos om de waarheid boven tafel te krijgen. Hoeveel botten ik ook brak, huizen ik afbrandde en families bedreigde en vermoorde, veel kwam ik niet te weten. Tot ik toevallig de juiste man te grazen nam die meer wist.
Een lage adele, zijn naam ken ik al lang niet eens meer die beefde alsof ik de wraak van goden was toen hij me zag. Ik was alleen van plan hem wat heen en weer te smijten om wat informatie te winnen en misschien wat geld afhandig te maken, alle tijd van de wereld immers zo alleen in zijn afgelegen landhuis zonder bediendes. Hij bleef maar huilen en fluisterde als een soort mantra "Bent, nee, ik werd gedwongen mijn jongen, die aanslag was niet mijn idee! Het was haar idee! Haar idee om een kussen te gebruiken! Ik ben praktisch familie, dit kan je niet doen Bent! Genade!". Ik had geen idee waar deze krankzinnige oude man het over had, dus ik eindige het geklaag, en de staat van welvaart van zijn erfgenamen.
Goed, toegegeven, ik had meer informatie moeten winnen uit de man, maar ik had een slechte dag gehad en ik was net achter het verraad van een van mijn luitenants gekomen. Afijn, gedane zaken nemen geen keer. Ik zocht botweg de naam van Bent Havelaars op in de stadsarchieven, en liet mijn mensen hem in de gaten houden. Ik was woest en dolgelukkig tegelijk, ik had een broer, een TWEELINGbroer! En die oude zak botten had hem van mij weg gehouden! Het werd tijd om de totale waarheid boven tafel te krijgen.
Goed, ik geef het toe, deze memoires zijn bedoelt voor jou Bent, maar als je zoals mij denkt is de halve waarheid een jeuk waaraan gekrabd moet worden. Ik moet wel de aandacht behouden van een druk bezet man zoals jij of niet?
Hallo broer, zullen we elkaar eens ontmoeten? Dat over die handschoenen was trouwens geen grap.